Activiteiten

Indien alles op aarde rationeel zou zijn, dan zou er niets gebeuren (F. Dostojevski).

30 Nov 2012

Het lichaam achter de Griekse filosofie

: 19h30
: UA Stadscampus Rodestraat R010
Professor Koen Verrycken zorgt voor uitdagende gespreksstof als hij stelt dat ‘het belang van de lichaamscultuur voor een dieper begrip van de geschiedenis van de Griekse filosofie tot en met Plato systematisch onderschat wordt’. Hij wil een ander licht werpen op Het lichaam achter de Griekse filosofie. Het abstract in bijlage moet je vast lezen als je er nog aan zou twijfelen of dit een boeiende avond wordt.

Het lichaam achter de Griekse filosofie

Het belang van de lichaamscultuur voor een dieper begrip van de geschiedenis van de Griekse filosofie tot en met Plato wordt systematisch onderschat.

De presocratische filosofie kent haar hoogtepunt in de zijnsleer van Parmenides. Parmenides kan gedacht worden als derde moment in de ontwikkeling van de theoretische waarheid: Hesiodus (muzische waarheid) –  Ionische  kosmologieën  (empirische waarheid) – Parmenides (logische waarheid). Deze ontwikkeling van de ‘filosofische’ waarheid gehoorzaamt echter niet louter aan een immanent-filosofische logica. Zij is verwant aan en wordt ten dele geprefigureerd in de ontwikkeling van de Griekse lichaamscultuur. Deze laatste evolueert van een militair-heroïsch naar een atletisch-gymnastisch paradigma, en resulteert uiteindelijk in het beeld van de naakte kouros. De progressie heros – atleet – kouros  vertoont een logica die verwant is aan de evolutie muzische – empirische – logische waarheid en omgekeerd. Reeds in de evolutie van het lichaamsparadigma is er bij uitstek een zwijgende, niet-discursieve wil tot waarheid (als naaktheid) aan het werk. En omgekeerd kan de ontwikkeling van de theoretische waarheid (theogonie – kosmologie – ontologie) begrepen worden als een geïntellectualiseerde herneming van het traject heroïek – gymnastiek – plastiek. De Theogonie culmineert in de heroïsche strijd van Zeus om de macht, de Ionische kosmologieën begrijpen de orde van de kosmos als een voortdurende agōn tussen de elementen, en Parmenides herneemt op het theoretische niveau het tot rust komen van het agonale lichaam in de onbeweeglijkheid van de kouros.

Met Socrates en Plato lijkt de filosofie los te komen van haar achtergrond in de Griekse lichaamscultuur. Socrates geeft het beeldhouwen op voor het denken. Zijn lelijkheid is de negatie van alle lichamelijke schoonheid (maar dan wel volgens de modus van de lichamelijkheid). En Plato lijkt wel de vijand bij uitstek van een lichamelijke definitie van het Ik te zijn. Toch is het lichaam nog dwingend aanwezig in dit afscheid van de lichamelijkheid zelf. Zo is er een duidelijke analogie tussen Socrates’ en Plato’s nieuwe opvatting van het denken als philo-sophia en de lichaamscultuur als philo-gymnastia, tussen dialectiek en gymnastiek. Bovendien is er bij Socrates en Plato sprake van een intrinsieke erotisering van het denken zelf, wat bij Parmenides nog niet het geval is. En hoe zou men zich een eros kunnen voorstellen die niet vertrekt van de ervaring van lichamelijke schoonheid? Voor Socrates en Plato ging het daarbij om een gymnastisch-pederastische eros.

Met Aristoteles verdwijnen gymnastiek en pederastie uit de filosofie.

Affiche