ἓν οἶδα ὅτι οὐδὲν οἶδα (Σωκράτης)

Forum | mei 2015

Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers.

Geplaatst op 03-05-2015

Boeiend en vol frisse ideeën is deze publicatie van Rutger Bregman en Jesse Frederik (Stichting Maand van de Filosofie, 2015).

9200000036035057

In 1968 staakten de New Yorkse vuilnismannen voor een hoger loon. Al na de negende dag, met tonnen vuilnis op de straten, kregen ze hun zin. In 1970 legden de Ierse bankiers het werk neer, ook zij vonden dat ze te weinig verdienden. Ze hadden zes maanden nodig om hun eisen ingewilligd te krijgen.

Het land bleek prima zonder een functionerend bankensysteem te kunnen. En toch verdienen vuilnismannen vandaag veel minder dan bankiers. In ‘Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers’ (Lemniscaat) betogen De Correspondent-journalisten Rutger Bregman en Jesse Frederik dat het omgekeerde het geval zou moeten zijn. Het is niet omdat door de markt van vraag en aanbod bankiers veel meer verdienen dan mensen die rotklussen opknappen, dat we dat ook moeten toejuichen. De vrije markt werd de laatste decennia voor veel mensen een moreel denkkader. Bregman en Frederik proberen dat te slopen. In hun boekje, verschenen naar aanleiding van de Maand van de Filosofie in Nederland, werken de twee nog meer variaties op hetzelfde thema uit. De vrije markt beloont mensen die nutteloos werk doen, maar ook mensen die helemaal niets doen, of die gewoon de juiste genen van hun voorouders meekregen. Dat maakt de ongelijkheid in onze samenleving oneerlijk, en het is aan politici om daar iets aan te doen. Alleen over de kans dat er ook werkelijk iets zal veranderen, zijn ze wel erg somber. Bregman en Frederik slagen erin niet erg originele mantra’s van links zo te brengen dat ze toch weer verrassen. Hij doet dat door eenvoudig te beginnen, en niet te vertrekken vanuit de gebruikelijke vooronderstellingen en clichés van linkse politici en columnisten. Een verademing, al gaat ook dat trucje na een tijdje vervelen. (Humo)

Onverborgenheid en eros. Het lichaam achter de Griekse filosofie.

Geplaatst op

Recent werk van prof. emeritus Koenraad Verrycken:

ONVERBORGENHEID_WEBSITE

In 720 v.C. zou de Griekse atleet Orsippus van Megara tijdens de stadionwedloop te Olympia met opzet zijn lendengordel hebben laten vallen om zo, zonder enige belemmering, gemakkelijker de overwinning te kunnen behalen. Na verloop van tijd werden alle atletische disciplines in Griekenland naakt beoefend. Het gymnasium, de Griekse sportschool, was trouwens letterlijk de plaats waar men naakt oefende. Kan het toeval zijn dat de westerse filosofie ontstaan is in dezelfde Griekse cultuur die op een zeer nadrukkelijke manier begonnen is het naakte lichaam te verheerlijken? En als het geen toeval is, hoe kunnen we dan de verwantschap tussen de Griekse cultus van het lichaam en de Griekse filosofie begrijpen?

Dit boek probeert aan te tonen dat het lichaam als ‘onverborgenheid’ en de ontwikkeling van deze onverborgenheid tot eros medebepalend zijn geweest voor het ontstaan en de opbouw van de Griekse filosofie tot Plato.

Zie ook de debatavond met prof. Vermaken op 30 november 2012: http://filosofa.be/activiteit/het-lichaam-achter-de-griekse-filosofie/